logo regionale samenwerking Amsterdam-Amstelland & Zaanstreek-Waterland

Jeugdhulp regionale samenwerking
Amsterdam-Amstelland &
Zaanstreek-Waterland

Bericht geplaatst op: 9 augustus 2017

Ouders en jeugdigen geven een ruime voldoende voor de hulp die ze hebben ontvangen in de regio. Wel zijn er aandachtspunten. Dit blijkt uit de jaarlijkse Cliëntenervaringsmonitor over 2016, uitgevoerd door het Verwey-Jonker instituut in opdracht van de 14 samenwerkende gemeenten in de regio’s Amsterdam-Amstelland en Zaanstreek-Waterland. Eenmaal in contact met een hulpverlener, zijn ouders en jeugdigen (cliënten) overwegend positief over de wijze waarop gewerkt wordt en het resultaat van de geboden hulp. Voorafgaand aan de ondersteuning wisten ze echter niet goed waar ze terecht konden met problemen. Daarnaast is de snelheid van de geboden jeugdhulp en de onderlinge samenwerking tussen betrokken organisaties minder positief beoordeeld. Deze aandachtspunten sluiten goed aan op de vernieuwing van de jeugdhulp, die in 2018 van start gaat in de regio.

 Toegang tot hulp

De toegang tot jeugdhulp ervaren de cliënten overwegend positief. Toch geeft een aanzienlijk deel van de cliënten aan, voorafgaand aan de ondersteuning, niet te weten waar ze terecht konden met hun probleem. In de nieuwe aanpak vanaf 2018, waarin de lokale teams hulp dichter bij de inwoners brengen, kunnen mensen met een hulpvraag makkelijker in contact komen met de jeugdhulp.

Perspectiefplan

Ontevredenheid komt soms ook doordat dat de hulp niet als passend wordt ervaren. Het maken van een perspectiefplan samen met ouders en/of jeugdigen, moet het vanaf 2018 mogelijk maken om deze passende hulp te bieden. Het perspectiefplan blijft eigendom van het gezin en vormt het uitgangspunt voor de geboden hulp. De ouders en kinderen die aangaven positief te zijn over hulp, noemen vaak maatwerk als belangrijke factor: het snel en flexibel kunnen inspelen op uiteenlopende persoonlijke vragen.

Wachttijden

Cliënten geven aan dat hulp soms te lang op zich laat wachten. Het voorkomen van wachttijden is een belangrijke doelstelling van de gemeenten. Door vanaf 2018 budgetplafonds los te laten kunnen instellingen sneller anticiperen op aanmeldingen, financiële middelen zijn immers geen beperkende factor meer. Instellingen hebben dan bijvoorbeeld de mogelijkheid om andere zorgaanbieders in te schakelen wanneer zij zelf niet tijdig hulp kunnen verlenen. In 2017 is al gestart met innovatieve projecten ter bestrijding van wachttijden.

Samenwerking

Bij de meeste cliënten zijn er meerdere organisaties betrokken bij hulp. Cliënten geven aan dat de samenwerking tussen deze organisaties niet altijd optimaal is. Vanaf 2018 krijgt de onderlinge samenwerking een belangrijke plek door te gaan werken met één zorgverlener. Deze zorgverlener is verantwoordelijk voor het resultaat van de geboden jeugdhulp zoals opgenomen in het perspectiefplan, en kan andere zorgverleners inschakelen samen die resultaten te realiseren.

Resultaten van de hulp

De opbrengsten van de ondersteuning werd met een ruime voldoende beoordeeld. In bijna alle gevallen gingen cliënt en hulpverlener in gesprek over de te bereiken doelen. Het meest genoemde effect van de hulp is op het gedrag van het kind of de jongere, op een betere thuissituatie en op de situatie op school. Cliënten geven aan dat de kwaliteit van leven door de ondersteuning vaak is toegenomen.

Onderzoek

De Jeugdwet verplicht gemeenten om jaarlijks onderzoek te doen naar cliëntervaringen. De regio’s Amsterdam-Amstelland en Zaanstreek-Waterland hebben het Verwey-Jonker instituut gevraagd het onderzoek over het jaar 2016 te doen. Gekozen is voor een kwalitatief onderzoek om diepgaand inzicht te verkrijgen: het verhaal achter de cijfers, met specifieke aandacht voor enkele punten waarop het eerdere kwantitatieve onderzoek over 2015 de aandacht vestigde: toegankelijkheid en ketensamenwerking. Daarnaast worden de resultaten van de jeugdhulp onderzocht. In het onderzoek zijn jeugdigen vanaf 12 jaar en ouders uit de regio betrokken die in 2016 een vorm van hulp ontvingen.

Bekijk hier volledige rapport.