logo regionale samenwerking Amsterdam-Amstelland & Zaanstreek-Waterland

Jeugdhulp regionale samenwerking
Amsterdam-Amstelland &
Zaanstreek-Waterland

Bericht geplaatst op: 20 december 2018

Vandaag -20 december 2018- zijn de gemeenteraden van de 14 regio-gemeenten door de Wethouders geïnformeerd over de afwikkeling van de kosten overschrijdingen in 2018 en de maatregelen die zijn genomen om de kosten in 2019 beheersbaar te houden. Deze overschrijdingen zijn voor een deel te verklaren door landelijke ontwikkelingen, maar ook zijn er ongewenste ontwikkelingen vanuit het stelsel. In 2019 zullen gemeenten en aanbieders inzetten op maatregelen om enerzijds de kosten te beheersen en tevens de  uitgangspunten van het stelsel verstevigen. Hierbij een standaardtekst namens alle gemeenten aan hun gemeenteraden. Lokaal zullen er in de raadsbrieven ook specifieke maatregelen en ontwikkelingen binnen de eigen gemeente zijn benoemd.

Veel gemeenten in de regio Amsterdam-Amstelland en Zaanstreek-Waterland kampen, net als veel andere regio’s en individuele gemeenten, met forse overschrijdingen op de jeugdhulp. Die overschrijdingen zijn voor een deel te verklaren  uit landelijke ontwikkelingen (toename aantal jeugdigen, toename aantal jeugdigen dat voorheen binnen de WLZ werd geholpen, meer jongvolwassenen die binnen de jeugdwet hulp krijgen, meer verwijzing naar zwaardere vormen van jeugdhulp met Verblijf)  en voor een deel vanuit de werking van het nieuwe stelsel. Gemeenten en gecontracteerde aanbieders in segment C (specialistische jeugdhulp in complexe situaties)  spraken in oktober 2018 af om in 2018 op werkelijke kosten af te rekenen. KPMG heeft samen met aanbieders en gemeenten de werkelijke kosten in beeld gebracht.

In de brief van eind oktober is benoemd dat de budgetoverschrijding op basis van afrekenen werkelijke kosten en de stand van zaken van dat moment, geëxtrapoleerd voor heel 2018, op €28 mln zou uitkomen. De afgelopen weken zijn individuele gesprekken gevoerd tussen gemeenten en jeugdhulporganisaties over de wijze waarop elke aanbieder bij zou kunnen dragen aan het verder omlaag brengen van het tekort. Intussen is duidelijk dat dat dit bedrag op ca €35 mln voor de regio gezamenlijk uit zal komen. Voor deze nieuwe tegenvallende cijfers zijn redenen. Niet overal is op tijd met KPMG een doorrekening gemaakt en ook is niet altijd met de juiste gegevens en tarieven gewerkt,  er is steeds scherper zicht gekomen op de cijfers.

Uit de gesprekken blijkt dat de financiële situatie per jeugdhulporganisatie verschilt. Slechts een enkele aanbieder blijkt in staat te zijn een bijdrage te leveren. Ook heeft een enkele aanbieder aangegeven in de laatste periode jeugdigen te hebben opgenomen zonder daar vergoeding voor te hebben gekregen. Gemeenten betreuren het dat de jeugdhulporganisaties niet substantieel bijdragen aan het verminderen van dit tekort. Het nieuwe stelsel is vanuit een gedeelde visie door aanbieders en gemeenten vanuit partnerschap opgezet.

Gemeenten zien de uitgangspunten van het nieuwe stelsel als een goede richting om goede hulp voor kinderen en gezinnen te organiseren, hulp die leidt tot resultaten waar ouders en kinderen echt mee geholpen zijn. Als je een systeem zo ingrijpend verandert, verdient het ook  tijd om zich goed te ontwikkelen. Tegelijkertijd is de druk op de financiële haalbaarheid groot.  Ook voor 2019 is er zorg of het budget voor jeugdhulp toereikend is. De kosten voor ingezette behandelingen lopen vooralsnog door en dat laat weinig financiële ruimte over voor nieuwe instroom.

Het kan niet anders dan dat dit gevolgen heeft voor de uitvoering van de jeugdzorg. Van verwijzers en aanbieders zal een stevige inspanning gevraagd worden om de juiste hulp te blijven bieden en tegelijkertijd de trend te keren van nog meer uithuisplaatsingen en stapeling van zorg.

De transformatieopgave waarmee gemeenten deze Jeugdwet hebben ontvangen, en waarin de hulp dichter in de wijk, rondom het gezin organiseren centraal staat, zal nu meer dan ooit ook moeten gaan helpen in het reduceren van de oplopende kosten. Voor gemeenten is de opgave actiever te sturen op de werking van het stelsel. Als meer mensen om hulp vragen is er  meer geld vanuit het rijk nodig, de regiogemeenten dringen er bij het rijk op aan hierin te voorzien.

In het overleg op 1o december hebben jeugdhulporganisaties aangegeven in januari tot gezamenlijke voorstellen te zullen komen omtrent maatregelen die gaan leiden tot het terugdringen van kosten, maar met behoud van noodzakelijke hulp voor jeugdigen en gezinnen.

Maatregelen

Gemeenten hebben daarnaast de volgende maatregelen genomen, waarbij goede zorg voor kinderen uiteraard onverkort voorop blijft staan:

  1. Beter sturen op verwijzingen van de Lokale teams en de GI’s, wat zorgt voor minder verwijzingen in segment C. Ook van het opeenvolgend inzetten van meerdere verwijzingen in Segment B verwachten we een lager aantal verwijzingen naar
  2. In 2019 kan de hulp snel starten op basis van een verwijzing in segment B en pas na brede weging zetten we dure hulp in. Dit doen we ook voor Verblijf. Zo komen minder jeugdigen terecht in instellingen met Verblijf, zoeken we naar oplossingen in het sociale netwerk, of stromen ze door naar reguliere woonruimte met ambulante hulp. Dit is ook in lijn met de nieuwe werkwijze waarbij problemen juist binnen de context van gezin en wijk opgevangen kunnen worden. We gaan professionals trainen nog betere keuzes te maken bij het inzetten van de juiste profielen en kostenbewust verwijzen.
  3. We ontwikkelen het stelsel door. Daarbij hoort het vaststellen nieuwe tarieven 2019, met een apart tarief voor kortdurend Verblijf dat aanvullend wordt toegekend. Verder zijn de tarieven aangepast zodat ze meer aansluiten bij de werkelijke inzet kosten van aanbieders. Professionals en verwijzers hebben meer kennis nodig van de nieuwe profielen om te zorgen dat er meer eenvoudige hulp en minder complexe hulp wordt ingezet.
  4. Indien nodig vindt ook in 2019 verrekening plaats.
  5. Gemeenten bereiden een nieuwe aanbesteding voor 2020 voor. Gezien de resultaten tot nu toe wordt er rekening mee gehouden dat een nieuwe aanbestedingsronde noodzakelijk is om tot betere garanties voor een werkend stelsel te komen.
  6. In februari 2019 vindt nader overleg met aanbieders segment C plaats. Gemeenten zullen dan zo nodig overgaan tot het invoeren van een budgetplafond.