logo regionale samenwerking Amsterdam-Amstelland & Zaanstreek-Waterland

Jeugdhulp regionale samenwerking
Amsterdam-Amstelland &
Zaanstreek-Waterland

Om zakelijke en  contractuele afspraken te maken tussen verwijzers,  lokale teams, aanbieders en gemeenten wordt gestreefd naar een administratie die zo eenduidig mogelijk is voor alle partijen. Aangezien gemeenten de hulp sinds 1 januari 2018 een efficiëntere manier organiseren, moet ook de administratie worden aangepast. Vandaar dat er wordt gewerkt met SPIC’s: de Segment Profiel Intensiteit-Combinatie.

Gemeenten, lokale teams, verwijzers en jeugdhulpaanbieders gebruiken de SPIC’s om de hulpvraag van het gezin/jeugdige te categoriseren en de duur en intensiteit van de jeugdhulp aan te geven. Deze SPIC’s zijn primair bedoeld om afspraken te maken tussen verwijzers, lokale teams en jeugdhulpaanbieders, waarbij de gemeente administratief registreert en financiert.

Voor het gezin/jeugdige verandert er in het hulpaanbod op basis van een de SPIC’s niets. Juist de vraag naar de juiste jeugdhulp voor het gezin en jeugdige wordt bij het opstellen van een perspectiefplan bepaald.

Segmenten

Er zijn drie segmenten: segment A, B en C. De segmenten geven de mate van de veelomvattendheid van de (specialistische) jeugdhulp aan. Onderstaande uitleg helpt lokale teams, andere verwijzers en hoofdaannemers om te bepalen welk segment de juiste is horend bij de ondersteuningsbehoefte van het gezin en de jeugdige:

  • Segment A: hiermee wordt de basisjeugdhulp bedoeld. Preventieve, licht ambulante jeugdhulp: opvoed- en gezinsondersteuning (wordt geboden door de lokale teams c.q. de gemeente zelf).
  • Segment B: enkelvoudige specialistische jeugdhulp, wordt kijkend naar de ondersteuningsbehoefte meestal door één aanbieder geleverd. Segment B kenmerkt zich doordat de problematiek en de behoefte van het kind in hoofdzaak enkelvoudig en herkenbaar van aard is. Er is een duidelijk en redelijk afgebakend idee over welke soort ondersteuning passend is om het resultaat voor het kind in te vullen. De jeugdhulp uit segment B is alleen toegankelijk als een daartoe bevoegde professional oordeelt dat deze gespecialiseerde hulp nodig is.
  • Segment C: meervoudige specialistische jeugdhulp (voor één kind). Vraagt om specialistische expertise, ambulant en/of intramuraal, van over het algemeen meerdere professionals tegelijk. Segment C kan ook wel worden omschreven als ‘veelomvattende hulp’, waarbij de complexiteit navenant oploopt door de combinatie van ondersteuningsfactoren (denk aan problematiek van ouders die een rol speelt voor het kind, en/of het feit dat een kind bijvoorbeeld zowel een beperking heeft én de ouders opvoedonmachtig zijn – of welke combinatie dan ook). Net als bij segment B is jeugdhulp in segment in C alleen toegankelijk met een verwijzing.

Profielen

De Ondersteuningsprofielen zijn een clustering van de ondersteuningsbehoefte van een gezin en de gewenste resultaten, verfijnd naar de karakteristiek van de hulp. Het categoriseert de hulpvraag van het gezin/jeugdige en wordt zoals aangegeven primair gebruikt tussen gemeenten en hoofdaannemers om duidelijke afspraken te maken over de (financiële en resultaten van de) inzet van jeugdhulp. Dit zijn de 11 profielen die het spectrum van jeugdhulp omvatten:

  1. Jeugdige met psychosociale problemen en problematische relaties tussen ouders
  2. Jeugdige met ontwikkelings- en gedragsproblemen en ouders die problemen ervaren met opvoeden
  3. Jeugdige met ouders met een ziekte of beperking
  4. Jeugdige met ontwikkelings-, gedrags- en/of psychiatrische problemen met ouders met psychi(atri)sche problemen
  5. Jeugdige met ontwikkelings- en gedragsproblemen door kind factoren (psychiatrisch en/of somatisch)
  6. Jeugdige met ontwikkelings-, gedrags- en psychiatrische problemen binnen multiproblem gezinnen
  7. Jeugdigen met een beneden gemiddelde intelligentie
  8. Jeugdige met ontwikkelings- en gedragsproblemen met een beneden gemiddelde intelligentie
  9. Jeugdige met een lichamelijke beperking en nietaangeboren hersenletsel
  10. Jonge kinderen van 0-6 jaar en hun gezin die gezien hun leeftijd en de complexiteit van de problematiek specifieke kennis, procesdiagnostiek en specifieke ouder/kind interventies behoeven
  11. Jeugdige en gezin die in een crisissituatie terecht zijn gekomen

Meer informatie over de profielen? Bekijk het document “ondersteuningsprofielen” op deze pagina onder Downloads.

Intensiteiten

Intensiteiten geven duiding over de gemiddelde duur en intensiteit van de jeugdhulp die nodig is om het gewenste resultaat te bereiken (zoals opgesteld in het perspectiefplan. De intensiteit is daarmee een inschatting van ‘de afstand tot het resultaat’. Deze zijn daarmee een verfijning van de ondersteuning nadat het profiel van het gezin is vastgesteld. De verwijzer en hoofdaannemer maken op basis hiervan een zo nauwkeurig mogelijke inschatting van de benodigde inzet en middelen. Er zijn vier intensiteiten:

Richtpunt maximale lengte 12 tot 18 maanden:

  • Perspectief: kortdurende hulp, niet intensief, met als resultaat: ontwikkelen, beter worden, herstellen.
  • Intensief: zware problematiek. Moeilijk te behandelen of begeleiden, maar wel oplosbaar. Langdurige inzet met hoge intensiteit. Met als resultaat: ontwikkelen, beter worden, herstellen.

Richtpunt minimale lengte langer dan 12 tot 18 maanden:

  • Duurzaam licht: chronische vorm van ondersteuning, kan (levens)lang duren, onzelfstandige groep, niet vaak hulp nodig, met als resultaat: stabiliseren. Beter worden of herstellen is niet leidend, maar kan uiteraard een (klein) onderdeel zijn van de inzet van hulp.
  • Duurzaam zwaar: zelfde kern als bij duurzaam licht, maar zwaardere problematiek, veel en vaak hulp nodig, soms zelfs de hele dag. Met als resultaat: stabiliseren. Beter worden of herstellen is vaak geen optie.

De intensiteiten duurzaam (licht en zwaar) zijn toegevoegd aan het palet, omdat niet elk kind in staat is om te herstellen van zijn hulpvraag. Hierbij zijn geestelijke beperkingen het belangrijkste voorbeeld. Het doel bij deze jeugdigen kan bijvoorbeeld nog steeds een lichte vorm van ontwikkeling zijn, waarbij een chronische vorm van ondersteuning die gericht is op stabiliteit daar goed bij aansluit. Om deze vorm ook financieel en inhoudelijk te vertalen, zijn deze duurzame intensiteiten toegevoegd.

De lengte van de intensiteit wordt in benadering aangegeven, en geeft een globaal idee van het verschil tussen duurzame en tijdelijke ondersteuning. Gemeenten hebben namelijk bewust gekozen om geen harde grens te geven, zodat aanbieders echt de gelegenheid krijgen om te ‘doen wat nodig is’. De flexibele grens qua lengte zorgt ervoor dat een aanbieder (indien gewenst) altijd kan schuiven, passen en meten, en eventueel nog een maand langer doorgaat met de begeleiding. Óf juist eerder afsluit omdat het beter gaat. Inzet die langer duurt dan circa 12-18 maanden kan daarmee worden aangemerkt als ondersteuning die duurzaam van aard is.

Bekijk voor meer informatie de veel gevraagd pagina.