logo regionale samenwerking Amsterdam-Amstelland & Zaanstreek-Waterland

Jeugdhulp regionale samenwerking
Amsterdam-Amstelland &
Zaanstreek-Waterland

Let op: de informatie op deze pagina betreft de bovenregionale contractering in Amsterdam-Amstelland en Zaanstreek-Waterland voor segment B, tot en met 31 december 2021.
Wat betreft segment C is de Amsterdamse jeugdhulp per 1 januari 2021 op een andere manier ingekocht en geldt onderstaande informatie dus voor alle gemeenten in de AAZW-regio’s, maar niet voor Amsterdam.

Wat is SPIC

De SPIC staat voor de ‘Segment Profiel Intensiteit-Combinatie’.

Gemeenten, lokale teams, verwijzers en jeugdhulpaanbieders gebruiken de SPIC’s om de hulpvraag van het gezin/jeugdige te categoriseren, de duur en intensiteit van de jeugdhulp aan te geven. Deze SPIC’s zijn primair bedoeld om afspraken te maken tussen verwijzers en jeugdhulpaanbieders, waarbij de gemeente administratief registreert en financiert.

‘Segment’

Er zijn drie segmenten -A, B en C- en deze geven de mate van de veelomvattendheid van de (specialistische) jeugdhulp aan.

  • Segment A: hiermee wordt de basisjeugdhulp bedoeld. Preventieve, licht ambulante jeugdhulp: opvoed- en gezinsondersteuning (wordt geboden door de lokale teams c.q. de gemeente zelf).
    Hier is geen verwijzing voor nodig.
  • Segment B: enkelvoudige specialistische jeugdhulp. Segment B kenmerkt zich doordat de problematiek en de behoefte van de jeugdige in hoofdzaak enkelvoudig en herkenbaar van aard is. Er is een duidelijk en redelijk afgebakend idee over welke soort ondersteuning passend is om het resultaat voor de jeugdige in te vullen.
    De jeugdhulp uit segment B is alleen toegankelijk met een verwijzing.
  • Segment C: Per 1 januari 2021 heeft Amsterdam de jeugdhulp op een andere manier ingekocht en geldt deze informatie voor alle gemeenten in de regio’s Amsterdam-Amstelland en Zaanstreek-Waterland behalve voor Amsterdam. Meervoudige specialistische jeugdhulp (voor één jeugdige). Vraagt om specialistische expertise, ambulant en/of intramuraal. Segment C kan ook wel worden omschreven als ‘veelomvattende hulp’, waarbij de complexiteit oploopt door de combinatie van ondersteuningsfactoren (denk aan problematiek van ouders die een rol speelt voor het kind, en/of het feit dat een kind bijvoorbeeld zowel een beperking heeft én de ouders opvoedonmachtig zijn – of welke combinatie dan ook).
    Net als bij segment B is jeugdhulp in segment in C alleen toegankelijk met een verwijzing.

‘Profiel’

De profielen (of ‘ondersteuningsprofielen’) zijn categorieën die helpen bij het categoriseren van de hulpvraag. De ondersteuningsprofielen worden primair gebruikt tussen gemeenten en jeugdhulpaanbieders. Ze zijn er om duidelijke afspraken te maken over de financiering en de resultaten van de inzet van jeugdhulp.

‘Intensiteit’

De ‘intensiteit’ geeft een inschatting van de duur en intensiteit van de jeugdhulp. Het perspectiefplan en het gewenste resultaat zijn hierbij het onderwerp. Nadat het profiel is vastgesteld wordt door middel van de intensiteit het totale traject weer verder geconcretiseerd. De verwijzer en jeugdhulpaanbieder kunnen hierdoor een zo nauwkeurig mogelijke inschatting maken van de benodigde inzet en middelen.

Er zijn vier intensiteiten:

Richtpunt maximale duur 12 tot 18 maanden:

  • (1) Perspectief: kortdurende hulp, niet intensief, met als resultaat: ontwikkelen, beter worden, herstellen.
  • (2) Intensief: zware problematiek. Moeilijk te behandelen of begeleiden, maar wel oplosbaar. Langdurige inzet met hoge intensiteit. Met als resultaat: ontwikkelen, beter worden, herstellen.

Richtpunt minimale duur langer dan 12 tot 18 maanden:

  • (3) Duurzaam licht: chronische vorm van ondersteuning, kan (levens)lang duren, onzelfstandige groep, niet vaak hulp nodig, met als resultaat: stabiliseren. Beter worden of herstellen is niet leidend, maar kan uiteraard een (klein) onderdeel zijn van de inzet van hulp.
  • (4) Duurzaam zwaar: zelfde kern als bij duurzaam licht, maar zwaardere problematiek, veel en vaak hulp nodig, soms zelfs de hele dag. Met als resultaat: stabiliseren. Beter worden of herstellen is vaak geen optie.

De lengte van de intensiteit is overigens een benadering. Het geeft een globaal idee van het verschil tussen langdurige en tijdelijke ondersteuning. Gemeenten hebben bewust gekozen om geen harde grens te hanteren, zodat aanbieders kunnen ‘doen wat nodig is’. De flexibele lengte zorgt dat een aanbieder bijvoorbeeld nog een maand langer door kan gaan met de begeleiding. Óf juist eerder afsluit omdat het beter gaat. Inzet die langer duurt dan circa 12-18 maanden kan daarmee worden aangemerkt als ondersteuning die duurzaam van aard is.