logo regionale samenwerking Amsterdam-Amstelland & Zaanstreek-Waterland

Jeugdhulp regionale samenwerking
Amsterdam-Amstelland &
Zaanstreek-Waterland

Deze pagina is onderdeel van Sturen op Resultaat.

Over resultaatmeting zijn de volgende afspraken tussen regiogemeenten en aanbieders gemaakt:

Uitval

  1. Alle jeugdhulpaanbieders informeren over uitval via het berichtenverkeer aan de gemeenten. Dit vindt plaats via het JW307 bericht. Meer informatie over de administratie staat in het administratieprotocol.
  2. In het administratieprotocol zijn spelregels benoemd die betrekking hebben op uitval. Deze spelregels zijn afspraken die losstaan van sturen op resultaat of de prestatiedialoog.

Doelrealisatie

  1. Er zijn een viertal doelen waarop we gaan rapporteren. Twee daarvan worden in de Clientervaringsmonitor gebruikt en twee worden apart opgevraagd via het Regionaal administratie Platform (RAP).
  2. Met een groot aantal jeugdhulpaanbieders is afgesproken dat de eindmaten worden verzameld en deze worden gepresenteerd in de Goal Attainment Scaling (GAS) en aan de hand van een score van 1 t/m 3 bij probleemafname. Deze methodiek is het meest toegankelijk en kan op de meeste behandelvormen die jeugdhulpaanbieders gebruiken worden toegepast.
  3. De regio houdt zich niet bezig met de behandelmethodiek van aanbieders. De regio is alleen geïnteresseerd in de doelen en resultaten.
  4. Alle scores worden eens per maand aangeleverd bij de regio. Als er geen trajecten zijn afgesloten, hoeft er niet te worden aangeleverd. Bij duurzame trajecten verwachten we de scores een keer per jaar.

Cliënt tevredenheid

  1. De regio biedt één vragenlijst aan om de ervaringen van cliënten te achterhalen. Dit om de enquête druk te verminderen en administratieve lasten te verlagen. Dit is de Cliënt Ervaringsmonitor + geworden (CEM+). Deze vragenlijst brengt een drietal vragenlijsten samen in één korte vragenlijst, namelijk:
    • de oude cliëntervaringsmonitor vragenlijst (verplicht vanuit de Jeugdwet);
    • de monitor aansluiting onderwijs jeugdhulp (vanuit cliëntperspectief) en;
    • de outcome vragen sturen op resultaat. Het is aan de jeugdhulpaanbieder of er naast deze CEM+  nog een eigen exit vragenlijst wordt aangeboden.
  2. De regio biedt technische ondersteuning in de vorm van een digitale applicatie. Deze moet zowel in een bestaand systeem aangesloten worden of als losstaande applicatie werken. De wens is uitgesproken om dit ook in app-vorm te presenteren.
  3. In totaal zijn er vier versies van de vragenlijst ontwikkeld, al naar gelang doelgroep (jeugdigen versus ouders/verzorgers)  en al naar gelang type zorg (perspectief/intensief versus duurzaam).
  4. De vragenlijsten worden bij de intensiteiten Perspectief en Intensief afgenomen bij het afronden van de jeugdhulp. Bij duurzame trajecten wordt de vragenlijst eenmaal per jaar afgenomen. Na een jaar vindt een evaluatie plaats om te kijken of de enquête voor duurzame trajecten vaker of minder vaak moeten worden afgenomen.