logo regionale samenwerking Amsterdam-Amstelland & Zaanstreek-Waterland

Jeugdhulp regionale samenwerking
Amsterdam-Amstelland &
Zaanstreek-Waterland

Deze pagina is onderdeel van Sturen op Resultaat.

Samen met jeugdhulporganisaties is afgesproken dat de regio op de vier onderdelen resultaten meet: cliënttevredenheid, uitval, mate van doelrealisatie en de resultaten perspectiefplan. Per onderdeel is het specifieke meetinstrument en het moment van meten opgenomen. De regio maakt gebruik van de landelijke set outcomecriteria doelrealisatie, cliënt tevredenheid en uitval. Deze outcomecriteria zijn in 2016 vastgesteld door de VNG, het NJi en de brancheorganisaties. Zie voor meer informatie het document: Harmonisatie outcome in jeugdhulp, jeugdgezondheidszorg, jeugdbescherming en jeugdreclassering – nadere uitwerking.

I. Cliënttevredenheid:

Het meten van de tevredenheid van de cliënt over het nut/effect van de jeugdhulp

  • Meetinstrument: CEM+ vragenlijst
  • Meetmoment: de vragenlijst wordt door jeugdhulporganisaties afgenomen. Dit is een verplichting omdat de cliënt tevredenheid enquête en de cliënt ervaring vragen zijn samengevoegd tot een enquête. Bij niet-duurzame jeugdhulp (intensief en perspectief) gebeurt dit aan het einde van de jeugdhulp, bij duurzame trajecten één keer per jaar. De vragenlijsten kunt u vinden onder downloads. Er komt nog een toelichting voor de cliënten en een handleiding voor de enquête tool.

II. Uitval:

Het in kaart brengen van de redenen van jeugdigen om de jeugdhulp eenzijdig en voortijdig te beëindigen.

  • Meetinstrument: het berichtenverkeer.
    • Meetmoment: wanneer de jeugdhulp voortijdig wordt afgebroken door een jeugdige, sturen jeugdhulporganisaties conform het administratieprotocol een iJW 307 bericht. In dit bericht wordt ook een reden van voortijdig stoppen aangegeven door de jeugdhulporganisatie. De uitvalregels in het iJW307 bericht zijn:
      • 02 overlijden
      • 20 Levering is tijdelijk beëindigd
      • 31 Levering is volgens plan beëindigd
      • 32 Voortijdig afgesloten: eenzijdig door cliënt 
      • 33 Voortijdig afgesloten: eenzijdig door jeugdhulpaanbieder
      • 34 Voortijdig afgesloten: in overeenstemming
      • 35 Voortijdig afgesloten: wegens externe omstandigheden (bijv. verhuizing)

III. Mate van doelrealisatie:

Mate van doelrealisatie kent vier sub-indicatoren. Deze worden uitgelegd in het document Prestaties in de praktijk.

  1. Herhaald beroep: jeugdigen die na afloop van de jeugdhulp binnen 4 maanden opnieuw een beroep doen op jeugdhulp.
    •  Meetinstrument: het berichtenverkeer.
    • Meetmoment: Wanneer jeugdhulp start, sturen jeugdhulporganisaties een iJW315 of een iJW305 bericht via het berichtenverkeer (conform het Administratieprotocol).
  2. Doelrealisatie (GAS-score): het gaat hierbij dus om het hoofddoel/de hoofddoelen die bij aanvang in het behandelplan zijn geformuleerd en, welke afgestemd zijn met het gezin – al dan niet ondersteund door het lokale team/de Gecertificeerde Instellingen/verwijzer, zodat zij aansluiten op de doelen in het perspectiefplan. Bij het afsluiten van een traject wordt voor ieder doel berekend in welke mate het doel behaald is.
    • Meetinstrument: De eindmaten worden uitgevraagd in een format dat we nu ontwikkelen. Dit format volgt zoveel mogelijk het format dat gebruikt wordt door CBS. We vragen van u dat u in 2018 dit bijhoudt. Het verzamelen van de eindmaten wordt in Q3 van 2018 beschikbaar gesteld.
  3. Probleemafname: Voor het vaststellen van de mate waarin de problematiek is afgenomen/zelfredzaamheid en/of participatie is toegenomen wordt gewerkt met de systematiek die in de Routine Outcome Monitoring (ROM) wordt gebruikt. ROM houdt in dat een vaste (grotendeels bekende) set instrumenten gebruikt wordt om op vastgestelde momenten tijdens de inzet van hulp de stand van zaken in kaart te brengen. Rom wordt hier als voorbeeld gebruikt en is niet voor de gemeenten een verplichting. De vastgestelde momenten zijn: bij start hulp, bij afsluiting van de hulp, zes maanden na afsluiting hulp en eventueel twee jaar na afsluiting van de hulp. Bij duurzame trajecten wordt de meting jaarlijks herhaald.
    • Hoe? Welke instrumenten geschikt zijn verschilt per profiel en per type problematiek. Er wordt bijvoorbeeld niet in ieder behandeltraject standaard gewerkt aan zelfredzaamheid of toename in participatie. Een eerste set geschikte instrumenten wordt in onderstaande schema weergegeven, maar is zeker niet volledig. In overleg met de verwijzer en/of de gemeente kan gekozen worden voor aanvullende instrumenten, mits deze aan de volgende voorwaarden voldoen:
      • Het meetinstrument betrouwbaar, gevalideerd en genormeerd is.
      • Het meetinstrument inhoudelijk aansluit bij de inhoud van de geboden hulp.
    • Op dit moment bereidt de regio de techniek voor om een upload en downloadfunctie te maken in het Regionaal administratie Platform. Dit kan gedaan worden aan de hand van een standaard format dat nog met elkaar wordt afgestemd.
  4. Kan zonder hulp verder: Refereert naar het opgestelde resultaat van de jeugdige en het gezin en in hoeverre dit bereikt is.
    • Meetinstrument:
      • Niet-duurzaam: CEM+ vragenlijst. Door de jeugdhulporganisatie wordt gekeken of de jeugdige zonder jeugdhulp verder kan en of er terugkeer plaatsvindt in de jeugdhulp.
      • Duurzaam: bestaande tools en vragenlijsten die jeugdhulporganisaties zelf al hanteren. Door de aanbieder en jeugdige wordt gekeken naar de mate waarin gestelde resultaten zijn gerealiseerd, en de afname van problemen bij de jeugdige / toename van zelfredzaamheid van de jeugdige. Op dit moment doen we hier geen uitvraag naar.

IV. Resultaten Perspectiefplan

Het meten of de resultaten zoals opgenomen in het perspectiefplan de jeugdige of het gezin zijn behaald.

  • Meetinstrument: het evaluatiegesprek tussen jeugdige/gezin, jeugdhulporganisatie en verwijzer. Tijdens dit gesprek worden de resultaten besproken en bevindingen gedeeld.