logo regionale samenwerking Amsterdam-Amstelland & Zaanstreek-Waterland

Jeugdhulp regionale samenwerking
Amsterdam-Amstelland &
Zaanstreek-Waterland

Wat houdt de werkwijze specialistische jeugdhulp in?

De werkwijze richt zich op resultaatgericht en domein-overstijgend werken binnen de jeugdhulp. Namelijk op basis van de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige én het gezin. De veertien regiogemeenten kopen daartoe de specialistische jeugdhulp gezamenlijk in en bewaken de resultaten. De jeugdige én het gezin krijgen dus altijd de hulp die nodig is. Lees hier meer over de algemene uitgangspunten van de werkwijze specialistische jeugdhulp, over SPIC’s, het perspectiefplan en resultaatgericht werken.

Welke regiogemeenten zijn aangesloten?

De veertien gemeenten zijn Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland en Zaanstad.

Heeft elke regiogemeente hetzelfde jeugdhulpaanbod?

De specialistische jeugdhulp in Segment B, C en dyslexie is in alle veertien gemeenten hetzelfde georganiseerd. De jeugdhulporganisaties vanuit de specialistische jeugdhulp hebben één contract met veertien gemeenten. De vrij toegankelijke voorzieningen voor jeugdhulp (segment A) verschillen per gemeente, net als vormen van jeugdhulp in het (speciaal) onderwijs.

Wat doet het lokale team ten opzichte van gespecialiseerde jeugdhulp?

Gemeenten geven elk hun eigen lokale team vorm. De lokale teams kunnen verschillen qua capaciteit en expertise. Dus ook qua reikwijdte van de jeugdhulp die zij zelf inzetten (segment A- hulp). De inzet van een lokaal team is beschikbaar als algemene voorziening. De verwijzing naar segment B of segment C is een individuele voorziening. Elk team kan samen met het gezin bepalen of het specialistische jeugdhulp vanuit segment B of segment C inzet, of zelf in staat is om hulp te bieden aan het gezin.

Wat moet een jeugdhulporganisatie doen wanneer hij onvoldoende expertise in huis heeft of onvoldoende capaciteit heeft om te starten?

Als de jeugdhulporganisatie expertise mist die nodig is om het behandelplan uit te voeren, moet hij een onderaannemer inzetten. Wanneer de organisatie onvoldoende capaciteit heeft om te starten, moet hij overbruggingshulp (al dan niet via onderaannemer) organiseren. Bijvoorbeeld  wanneer er voor het behalen van een resultaat een intramurale plek nodig is, en deze niet gelijk beschikbaar is  bij de hoofdaannemer.

Alleen bij uitzonderingsgevallen kan van deze werkwijze worden afgeweken. Zie hiervoor de factsheet Escalatie (op de documentenpagina).