logo regionale samenwerking Amsterdam-Amstelland & Zaanstreek-Waterland

Jeugdhulp regionale samenwerking
Amsterdam-Amstelland &
Zaanstreek-Waterland

 

Waar staat SPIC voor?

SPIC staat voor Segment Profiel Intensiteit-Combinatie.

De segmenten geven aan of er sprake is van enkelvoudige ondersteuning (segment B) of meervoudige, hoog specialistische (intramurale) ondersteuning (segment C).

De ondersteuningsprofielen zijn een clustering van noodzakelijke ondersteuning van een jeugdige/gezin en de gewenste resultaten, verfijnd naar de karakteristiek van hulp en ondersteuning. De profielen worden primair gebruikt tussen gemeenten en gecontracteerde jeugdhulporganisaties om duidelijke afspraken te maken over de inzet van jeugdhulp.

Intensiteiten geven de duur en intensiteit van de inzet aan, die nodig is om het gewenste resultaat te bereiken.

Welke segmenten zijn er en hoe onderscheiden deze zich van elkaar?

De segmenten geven de mate van de veelomvattendheid van de (specialistische) jeugdhulp aan. Er zijn drie segmenten:

  • Segment A: preventieve, licht ambulante jeugdhulp: opvoeden gezinsondersteuning (wordt geboden door de lokale teams c.q. de gemeente zelf);
  • Segment B: enkelvoudige specialistische jeugdhulp, wordt kijkend naar de ondersteuningsbehoefte meestal door één aanbieder geleverd. Segment B kenmerkt zich doordat de problematiek en de behoefte van het kind in hoofdzaak enkelvoudig en herkenbaar van aard is. Er is een duidelijk en redelijk afgebakend idee over welke soort ondersteuning passend is om het resultaat voor het kind in te vullen.Financieel gezien kenmerkt segment B zich door gelijke tarieven per profiel/intensiteit combinatie voor elke aanbieder – afwijkende tarieven zijn niet noodzakelijk (en wenselijk) in dit segment. Dit omdat de inzet over het geheel van circa 25.000 ondersteuningsvragen in onze regio goed valt in te schatten. Het hoogste tarief in segment B van €6000 geeft vervolgens als indicatie ruimte voor een aanpak van een wekelijks contact van 1 à 2 uur.
  • Segment C: meervoudige, veel omvattende, specialistische jeugdhulp (voor één kind). Vraagt om specialistische expertise, ambulant en intramuraal, van over het algemeen meerdere professionals tegelijk. Segment C kan ook wel worden omschreven als ‘veelomvattende hulp’, waarbij de complexiteit navenant oploopt door de combinatie van ondersteuningsfactoren (denk aan problematiek van ouders die een rol speelt voor het kind, en/of het feit dat een kind bijvoorbeeld zowel een beperking heeft én de ouders opvoedonmachtig zijn – of welke combinatie dan ook).In segment C is met elke aanbieder tot een specifiek tarief gekomen dat afwijkt en vaak (veel) hoger ligt dan in B. De reden daarvoor is dat de inzet afwijkt, in lijn met bovenstaande inhoudelijke verschillen, bijvoorbeeld omdat er een verblijfscomponent aan de orde is, of dat er hulp door meerdere hulpverleners tegelijk – vanuit hoofd- en onderaannemerschap – geboden moet kunnen worden. Die prijsverschillen en het feit dat het om kleine aantallen kinderen gaat, plus de gevolgen daarvan voor continuïteit van hulp, hebben de gemeenten vormgegeven door een aparte aanbesteding met verschillende tarieven per aanbieder overeen te komen.

Geeft de gemandateerde verwijzer een code voor segment, profiel en intensiteit – de SPIC-code – mee bij de toewijzing aan een gecontracteerde jeugdhulporganisatie?

Ja. Het segment en profiel wordt door de verwijzer vastgesteld. Over de intensiteit geeft de verwijzer in beide segmenten een zwaarwegend advies. De jeugdhulporganisatie bepaalt vervolgens op inhoudelijke gronden de intensiteit. In segment B kan een jeugdhulporganisatie zonder tussenkomst van het lokale team de intensiteit wijzigen. Als een jeugdhulporganisatie in segment C de meegegeven intensiteit wilt veranderen,  is altijd toestemming nodig van het lokale team.

Bij twijfel over de juiste SPIC kan de verwijzer contact opnemen met een gecontracteerde jeugdhulporganisatie om te overleggen. In het geval dat een medisch specialist verwijst, kan het voorkomen dat er wordt verwezen zonder dat er een SPIC is bepaald. Het gezin meldt zich bij een jeugdhulporganisatie, die op dat moment een verzoek om toewijzing (iJW-315 bericht) stuurt met een SPIC-code.

Een gedetailleerde uitwerking van deze route staat in het administratieprotocol. Het overzicht van de codes per SPIC staan in het Regionaal Administratie Platform en in het document ‘Productcodes per SPIC’ op de SPIC pagina.

Is stapeling van jeugdhulp mogelijk?

Stapeling van hulp (profielen/intensiteiten) is niet mogelijk, behalve als het profiel 11 betreft (crisissituaties). Ook is het toegestaan om dyslexie hulp in te zetten naast andere specialistische jeugdhulp. Indien het in het belang is van de jeugdige dat er tóch gestapeld wordt, dan zal dit louter ontstaan in combinaties van perspectief/intensief, met een duurzaam traject en alleen (!) na toestemming van een lokaal team.

Hoe te handelen als er discussie ontstaat over de definitieve combinatie van SPI?

Soms kunnen  de verwijzer en jeugdhulporganisatie niet in gezamenlijkheid een besluit nemen over de benodigde jeugdhulp (in segment, profiel en benodigde intensiteit). Omdat het belangrijk is dat een jeugdige zo snel mogelijk de jeugdhulp ontvangt die hij/zij nodig heeft, is het belangrijk dat de partijen er zo snel mogelijk uitkomen. In de factsheet escalatie is toegelicht welke stappen de verwijzer en jeugdhulporganisatie doorlopen om er zo snel mogelijk uit te komen. Op de pagina documenten en toolkit staat de laatste versie van de escalatieroute opgenomen.

Wat gebeurt er als opschaling van segment B naar segment C noodzakelijk is, maar de jeugdhulporganisatie die de jeugdhulp in segment B uitvoert niet gecontracteerd is voor segment C?

Opschalen van segment B naar segment C wordt per definitie besproken met het lokale team. Er is dan sprake van een gewijzigde ondersteuningsbehoefte van het gezin, en/of de oorspronkelijke inschatting in segment B kwam daar niet mee overeen. Samen met het lokale team wordt gezocht naar een passende hoofdaannemer in segment C. Vervolgens wordt een warme overdracht van verantwoordelijkheid gerealiseerd.

Wat is de route wanneer een jeugdhulporganisatie het nodig acht op te schalen van segment B naar segment C en zij ook voor beide segmenten gecontracteerd zijn?

Opschalen van segment B naar segment C wordt per definitie besproken met het lokale team, ook wanneer de jeugdhulporganisatie die de jeugdhulp uitvoert in segment B ook gecontracteerd is voor segment C. Er is dan namelijk sprake van een gewijzigde ondersteuningsbehoefte van het gezin, en/of de oorspronkelijke inschatting in segment B kwam daar niet mee overeen. Daarnaast is vereist dat het lokale team het (aangepaste) perspectiefplan accordeert voordat de jeugdhulporganisatie kan starten met de jeugdhulp. Indien de jeugdhulporganisatie een contract heeft voor de betreffende SPIC,   geniet het de voorkeur dat de jeugdige van de betreffende gecontracteerde jeugdhulporganisatie jeugdhulp blijft ontvangen.

De route die doorlopen moet worden wanneer binnen het segment een profiel en/of intensiteit moet worden verandert, staat opgenomen op de veelgevraagd pagina profielen en intensiteiten.

Dient de huisarts voor segment C te verwijzen naar het lokale team?

Nee, dat is niet vereist. Wel is de insteek van de regio dat huisartsen en lokale teams nauw met elkaar samenwerken. De reden hiervoor is dat artsen niet altijd de beschikking hebben over voldoende tijd om samen met het gezin de hele gezinscontext/problematiek in kaart te brengen. Het lokale team heeft die mogelijkheid wel en kan daar samen met de arts voor het gezin iets in betekenen (de praktijkondersteuner is daar een goed voorbeeld van).